Franse illusionisten

okt 24 2013

Debussy en Ravel waren honderd jaar geleden de leidende Franse componisten – of illusionisten. Beiden excelleerden in de kunst van het weglaten: ze verruilden romantisch bombast voor subtiliteit. Klankkleur werd even belangrijk als de noten zelf. Daarmee baanden ze de weg voor naoorlogse Franse componisten als Gérard Grisey, bij wie het niet om klankschoonheid gaat maar eerder om het fysieke effect van de pure klank.

Ravel orkestreerde zijn pianowerk Le tombeau de Couperin zelf al, maar liet twee delen weg. Asko|Schönberg speelt de volledige suite in een recente bewerking van Wolfgang Renz. Ravels Poèmes de Mallarmé zijn in sfeer verwant aan Debussy’s Préludes: associatieve, droom-achtige miniaturen met een ronduit sensueel klankbeeld. In vergelijking hiermee klinkt Griseys Partiels als een schreeuw, of anders wel als een zorgvuldige analyse daarvan. Muziek als fysieke ervaring – van streling tot vuistslag.

 

Artists

Maurice Ravel
Le tombeau de Couperin (bew. Wolfgang Renz)
Claude Debussy
Vijf préludes (bew. Hans Zender)
Maurice Ravel
Trois poèmes de Stéphane Mallarmé 
Gérard Grisey 
Partiels

Asko|Schönberg
dirigent
Etienne Siebens
sopraan
Katrien Baerts

 

Word Vriend van Asko|Schönberg en steun onze uitvoeringen. Lees hier meer

okt. 24 2013

donderdag

20:15

Amsterdam

Muziekgebouw aan ‘t IJ