Claude Vivier: Begrijpelijke onverstaanbaarheid


Taal duidt aan en verklaart. Ze verheldert onduidelijkheid of vertelt een verhaal. Tenminste, als je de taal verstaat. Tegelijkertijd ligt er betekenis in de klank van een taal. Hoe iets klinkt is soms net zo belangrijk als wat er wordt uitgesproken.

Dat is ook aan de hand in Claude Viviers Bouchara (1981), een stuk dat volledig uit zijn zelfverzonnen taal bestaat, de langue inventée. De stem van de sopraan, in het begin gedubbeld door een hoorn en omlijst door een cello en klarinet, voelt dan ook aan als een inherent onderdeel van de muziek. De tekst is onverstaanbaar. Hier en daar een herkenbare flard: de naam Bouchara, die wellicht verwijst naar de historische handelsstad aan de zijderoute in Oezbekistan; of de lettergrepen mar en co die de associatie oproepen met Viviers compositie Prologue pour un Marco Polo; of de klanken die samen de naam Dino maken, de toenmalige vriend van Vivier: Dino Olivieri. Het stuk draagt niet voor niets de ondertitel Chanson d’amour. In Bouchara boet de taal misschien in aan verstaanbaarheid maar wint aan voelbaarheid en sensibiliteit. Ze is net zo begrijpelijk als de muziek zelf.

La-i nou ka rès sho no yo da go mi Pe Sa Ko
Rè Bouchara yo lei Bouchara lei
So yè Penzo-i yè tchko mè za So yè pen zo-i yè dino Ka rè no-i
Ou-a-o nè yo nè yo boucha(r)a Ka yeoh jto-i Ga
wa Bouchara Bou cha-ra to yé tâ yè Ga cho Pa Do chè ka-o chè-i-u
Ka yo nè gou di no Ka yo nè gou di no zei dou Ka yo nè Gou di no
Ka Yo nè Gou no zei mi Ko-i Ka Yo nè Gou di no
la na-i mar co

tekstfragmenten uit Bouchara

Tekst door Jan Nieuwenhuis.